Pastorale eenheid
H.Godelieve Gistel Eernegem
Pastorale eenheid
H.Godelieve Gistel Eernegem
Pastorale eenheid
H.Godelieve Gistel Eernegem
Pastorale eenheid
H.Godelieve Gistel Eernegem
Pastorale eenheid in wording
H.Godelieve Gistel Eernegem
Pastorale eenheid in wording
H.Godelieve Gistel Eernegem
werkgroepen / spiritualiteitsgroepen / gebed-gebedsgroepen
Gebeden

Paternoster

In mei (de Mariamaand) en oktober (de Rozenkransmaand)
   wordt in de kerk O-L-Vrouw ten hemel opgenomen te Gistel 
   op maandag-, woensdag- en vrijdagavond om 18.10 u.
   de Paternoster gebeden voor de aangebrachte intenties,
   de intenties neergeschreven in het intentieboek
   bij de H. Godelieve en de grote intenties van kerk en wereld.


 
Deze zeer beperkte bloemlezing
kan nog met heel veel andere  mooie teksten worden aangevuld.
Telkens wijzen ze erop dat  de biddende mens
God niet ver weg moet gaan zoeken maar dat Hij zijn woning heeft
in het diepste van de mens zelf.

GIJ BADT OP ENEN BERG


Gij badt op enen berg alleen,
en... Jesu, ik en vind er geen
waar 'k hoog genoeg kan klimmen
om U alleen te vinden:

de wereld wilt mij achterna,
alwaar ik ga
of sta
of ooit mijn ogen sla;

en arm als ik en is er geen;
geen een,
die nood hebbe en niet klagen kan;
die honger, en niet vragen kan;
die pijne, en niet gewagen kan
hoe zeer het doet!

o Leert mij, armen dwaas, hoe dat ik bidden moet!

Guido Gezelle
(1859?)
 
Gebed
van
Sint Franciscus van Assisi


Heer, maak me tot een instrument van uw vrede.
Laat me liefde zaaien waar haat is,
vergeving waar men elkaar kwetst,
geloof waar twijfel is,
hoop waar wanhoop is,
licht waar duisternis heerst,
vreugde waar droefheid is.

O goddelijke meester, geef toch
dat ik er meer naar streef
te troosten dan getroost te worden,
te begrijpen dan begrepen te worden,
te beminnen dan bemind te worden.

Want door te geven ontvangen wij,
door te vergeven verkrijgen wij vergeving,
en door te sterven worden we
tot eeuwig leven geboren.

 
Tekst: Elisabeth van de H. Drie-eenheid
            

O mijn God,
Drie-eenheid, die ik aanbid,
help mij mezelf helemaal te vergeten
om mij in U te vestigen,
roerloos en stil,
alsof ik reeds in de eeuwigheid was.
Niets moge mijn vrede verstoren,
niets mij uit U verwijderen,
mijn Onveranderlijke.
Maar elke minuut voere mij verder binnen,
in de diepte van Uw Mysterie.

Schep vredige stilte in mijn ziel,
maak er uw hemel van,
uw geliefde thuis,
de plaats waar Gij rusten kunt.
Dat ik U daar nooit alleen late,
maar er helemaal zij:
wakker in geloof,
heel en al aanbidding,
volkomen prijsgegeven
aan Uw scheppende kracht.
  
O Christus, mijn Geliefde,
uit liefde gekruisigd,
ik wil een bruid zijn voor Uw Hart,
U bekleden met heerlijkheid,
U beminnen... tot ik erbij sterf !
Maar ik voel mijn onmacht
en daarom vraag ik U:
"Bekleed mij met Uzelf",
mijn ziel geheel afgestemd op de Uwe,
doordring mij,
overrompel mij,
neem Gij in mij alle plaats in.
Dan zal mijn leven enkel nog zijn
een afstraling van Uw leven.
Kom in mij als Aanbidder,
als Verzoener, als Verlosser.

O Eeuwig Woord ,
Woord van mijn God,
ik wil mijn leven doorbrengen
luisterend naar U:
heel volgzaam worden
om alles van U te leren.
Door alle nachten,
alle leegten,
alle onmacht heen,
mijn blik voortdurend op U,
blijven in uw grote licht.
O Zon, die ik bemin,
boei mij zozeer,
dat ik nooit meer weg kan
uit Uw lichtkrans.   

O verterend Vuur,
Geest van Liefde,
kom over mij
opdat het Woord in mij
als het ware
opnieuw geboren kan worden.
Laat mij voor Hem
een nieuwe mensheid zijn,
waarin Hij heel zijn Mysterie
herbeleven kan.

En Gij, Vader,
buig U over Uw arme,
kleine schepsel neer.
Overdek haar met Uw schaduw.
Zie in haar slechts
de Veelgeliefde,
in wie Gij welbehagen hebt.

O mijn Drie,
mijn Al,
mijn Zaligheid,
oneindige Eenzaamheid,
Onmetelijkheid
waarin ik mij verlies,
ik lever mij aan U uit als een prooi.
Berg U diep in mij,
opdat ook ik mij bergen kan in U,
wachtend tot ik in uw licht ga schouwen
de eindeloze diepte van Uw heerlijkheid.

Amen.
 
Wees gegroet, Maria

Ave Maria, gratia plena,’ zei een engel uit de hemel.
‘Wat ben je mooi, Maria, mooi tot in je lichaam.
Daarom is God dicht bij jou
en daarom ben je zo bijzonder
als een wonder onder alle vrouwen.
En wonder is de vrucht van jouw schoot: onze Jezus.
Maria, moeder van de Heer,
vraag Hem dat wij de taal van het lichaam verstaan
als een wonder dat ons blij maakt
tot in het uur van de laatste glimlach,
als aarde en hemel samenvloeien voorgoed’


(Uit ‘Op de golfslag van de Geest’, Manu Verhulst, uitgeverij Halewijn, blz.90-91)



De heilige Bernardus van Clairvaux schreef over Maria:

Als jij haar volgt verdwaal je niet.
Als jij haar aanroept, wanhoop jij niet.
Als jij aan haar denkt, vergis jij je niet.
Als zij je steunt, val jij niet.
Als zij je beschermt, vrees jij niet.
Als zij je leidt, word jij niet moe.
Als zij je begunstigd,bereik jij je doel.
 



Gebed met overweging van Jezus' lijden

De H. Bernardus, abt van Clairveaux, vroeg eens aan onze Heer,
welke Zijn grootste lichamelijke smart was geweest tijdens Zijn lijden.
De Heer antwoordde hem: "Ik had een diepe wonde en de beenderen bloot aan de schouder.
Deze wonde, door de mensen niet gekend, heeft Me meer pijn veroorzaakt dan al Mijn andere wonden.
Maak ze bekend en weet dat Ik alle genade zal verlenen, die Mij door de verdiensten van die Wonde gevraagd zal worden.
Al degenen die dagelijks die wonde zullen eren door het bidden van drie Onzevaders, drie Weesgegroeten en driemaal Eer aan de Vader...,
zullen vergiffenis krijgen van hun zonden,
zowel doodzonden als dagelijkse.
Zij zullen geen onvoorziene dood sterven,
en in het laatste uur zal de Heilige Maagd hen bijstaan
en hun genade en barmhartigheid verwerven."


 
Efraïm de Syriër schreef (306-373):

Op wonderlijke wijze bent U overal dicht bij ons;
U werkt in ons, Heer, en U blijft verborgen.
U bent daar in de hoogte en de hoogte voelt U niet;
U bent daar in de diepte
en de diepte kan u niet omvatten.
U bent ongrijpbaar als wij U zoeken.
U bent dichtbij én veraf.
Ons denken en onze zintuigen raken U niet:
alleen in geloof, liefde en gebed
komen wij U nader.



 
Iets later schreef de heilige Augustinus (354-430):

Laat heb ik U bemind,
Schoonheid zo oud en zo nieuw,
laat heb ik U bemind.
Gij waart binnen, ik zocht U buiten.
daar zocht ik dan en begreep de zin niet
van de mooie dingen die Gij hebt gemaakt.
Gij waart bij mij, ik was niet bij U.
Al die dingen die er niet eens zouden zijn
als ze niet in U waren,
hielden mij ver van U weg.


 
En in De evangelische Peerle,
een tekst uit de 16°-17° eeuw lezen we:

Och, welk een zaligheid is er gelegen in het feit dat God zo in de  ziel woont.
En wie dat weten en in praktijk brengen, vinden daarin alle goeds en eeuwig leven.
Maar de mensen willen niet geloven dat er zo’n onzichtbaar goed in hen is.
Daarom blijven ze hangen bij zichtbare, uiterlijke dingen, en ze worden als paarden en muilezels, waar geen verstand in is.
Godgeklaagd is het, dat ze dat kostbare talent, waar ze overvloedige vruchten en veel winst uit konden halen, in de aarde begraven,
hetgeen van hen des te zwaarder geëist zal worden.
 
De mystica Julian of Norwich (1342-1413) schreef:

Toen opende de Heer mijn geestelijk oog, en toonde me mijn ziel in het midden van mijn hart.
Ik zag haar ruim als een oneindige citadel en als een zalig koninkrijk.
Uit de toestand daarbinnen kon ik opmaken dat het een stad van hoog aanzien was.
Middenin zit de Heer Jezus, waarlijk God en waarlijk mens,
een grote en knappe verschijning, opperste bisschop, plechtstatige koning, ontzagwekkend heerschap.
Hij zit daar in de ziel, rechtop, in vrede en in rust.
Hij regeert er en waakt over hemel en aarde,
en over al wat bestaat.
De mensheid zit in rust samen met de goedheid, die roerloos en zonder scepter regeert en waakt.
En de ziel is helemaal bewoond door die gezegende goedheid, die de opperste macht,
de opperste wijsheid en de opperste goedheid is.
 
Gebed

Heer Jezus,
hoe goed en mild bent U
voor een mens die U zoekt.
U bent het behoud
voor wie verloren liepen;
U bent de kracht voor wie vermoeid zijn;
U bent troost en lafenis
voor wie schreien;
U bent de glorie
voor wie standhielden;
U bent het blijde loon
voor de zaligen;
U, Zoon van God,
Allerhoogste.

Elisabeth van Schönau

 
Groter dan ons hart. 

Gij die geroepen hebt: “LICHT!” en het licht werd geboren.
En het was goed. Het werd avond en morgen, tot op vandaag.
Gij die geroepen hebt: “O MENS” en wij werden geboren.
Gij die mijn leven zo geleid hebt tot hiertoe dat ik nog leef.

Refrein:
Omdat Gij het zijt, groter dan ons hart,
die mij hebt gezien, eer ik werd geboren.

Gij die Liefde zijt, diep als de zee,
flitsend als weerlicht, sterker dan de dood,
laat niet verloren gaan één mensenkind.
Gij die geen naam vergeet, geen mens veracht,
laat niet de dood die alles scheidt en leeg maakt,
laat niet de tweede dood over ons komen.

Refrein:
Omdat Gij het zijt, groter dan ons hart,
die mij hebt gezien, eer ik werd geboren.

Voor allen die gekruisigd worden wees niet niemand.
Wees hun toekomst ongezien.
Voor mensen die van U verlaten zijn,
voor allen die hun lot niet kunnen dragen,
voor hen die weerloos zijn in de handen van de mensen.
Voor uw naamgenoten in ons midden:
vluchtelingen, vreemden, wees niet niemand.
Voor hen die kracht uitstralen, liefde geven, rechtdoen,
dat zij staande blijven in ons midden.

Refrein:
Omdat Gij het zijt, groter dan ons hart,
die mij hebt gezien, eer ik werd geboren.

Gij die tegen alle schijnbaar noodlot in ons vasthoudt,
Gij die vreugde schept in mensen,
Gij die het woord tot ons gesproken hebt dat onze ziel vervult,
Laat ons niet leeg en verloren en zonder uitzicht,
Doe ons open gaan voor het visioen van vrede,
dat sinds mensenheugenis ons roept.

Refrein:
Omdat Gij het zijt, groter dan ons hart,
die mij hebt gezien, eer ik werd geboren.

Verhaast de dag van uw gerechtigheid,
Zie het niet langer aan dat her en der in deze wereld
mensen gemarteld worden, kinderen gedood,
dat wij de aarde schenden en elkaar het licht ontroven.
Zoals een hert reikhalst naar levend water,
doe ons zo verlangen naar de dag dat wij,
nu nog verdeelde mensen, in uw stad verzameld zijn,
in U verenigd en voltooid, in U vereeuwigd.
Gedenk uw mensen, dat zij niet vergeefs geboren zijn.

Refrein:
Omdat Gij het zijt, groter dan ons hart,
die mij hebt gezien, eer ik werd geboren.
 
Heilige Godelieve van Gistel

Sta mij toe u om hulp te verzoeken.
Ik probeer mijn weg te vinden in het leven,
ik probeer te doen wat ik moet doen.
Maar helaas, ik moet vechten tegen tegenwerkingen en moeilijkheden.
Er zijn hindernissen die mij van mijn weg af brengen.
U, die zo moedig het hoofd hebt geboden aan al uw beproevingen.
U, die zo geduldig en ootmoedig waart en met volle overgave uw taken volbracht, wetende dat het resultaat niet gewaardeerd zou worden.
U, die zich niet liet ontmoedigen en bleef volhouden.
U, die steeds liefdevol zijt gebleven.
U, die uw vijanden steeds met dezelfde goedheid en liefde zijt blijven behandelen.
U, die niemand verwijten maakte maar die zelf zoveel vernederingen moest verdragen.
U, die uw kruis hebt gedragen en een wrede dood zijt gestorven.
Wees mij genadig en zie goedgunstig op mij neder.
Ik probeer om net als u te vechten en ik probeer om net als u geduldig te blijven.
Maar het valt me allemaal zo zwaar en mijn krachten raken op.
Ik ben ten einde raad en kniel nu nederig en klein voor u neder.
Heilige Godelieve van Gistel, neem mijn problemen ter harte en help mij om ze te overwinnen.
Geef me wat van uw moed en uw geduld, van uw kracht en doorzettingsvermogen.
Laat mij even liefdevol en vergevingsgezind mijn vijanden trotseren en laat me over hen zegevieren.
Help me een weg te banen door mijn moeilijkheden.
Help mij mijn ogen te openen voor wat mij tegen houdt en voor wat de oplossing zou kunnen zijn.
Lieve Godelieve van Gistel, ik vertrouw op u,
bid voor ons.
Amen.
Veel te laat heb ik jou lief gekregen
schoonheid wat ben je oud wat ben je nieuw
veel te laat heb ik jou lief gekregen.
Binnen in mij was je, ik was buiten
en ik zocht jou als een ziende blinde
buiten mij, en uitgestort als water
liep ik van jou weg en liep verloren
tussen zoveel schoonheid die niet jij was.
Toen heb jij geroepen en geschreeuwd,
door mijn doofheid ben jij heengebroken.
Oogverblindend ben jij opgedaagd
om mijn blindheid op de vlucht te jagen.
Geuren deed jij en ik haalde adem,
nog snak ik naar adem en naar jou.
Proeven deed ik jou en sindsdien dorst ik,
honger ik naar jou. Mij, lichtgeraakte,
heb jij doen ontbranden. En nu brand ik
lichterlaaie naar jou toe, om vrede.


- Augustinus -
 
Copyright © 2017

www.kerk-in-gistel-eernegem.be